John Christopher Depp III, beter bekend als Johnny Depp, had ouders die meestal nooit langer dan een jaar op één en dezelfde plaats wensten te wonen. Onrustige mensen dus. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Johnny snel was uitgekeken op highschool en simpelweg besloot niet meer te gaan. Hij was meer into de beat generation en beschouwde schrijvers als Jack Kerouac en William Burroughs als zijn ware leermeesters. Go with the flow was Johnny's devies aldus en hij nam uiteenlopende baantjes aan als pompbediende en mechanicien.
Zo kwam hij ook op het idee om te gaan acteren. Zijn eerste rolletje was in 'Nightmare on Elmstreet'. Daarna speelde hij een Vietnamese tolk in Oliver Stone's 'Platoon' en werd hij bekend en uitermate populair als jonge politieagent in de televisieserie 'Jump Street'. Na een tijdje werd Depp zijn imago als jeugdidool echter zo beu als koude spruitjes. Hij spande vervolgens samen met de meester van de wansmaak, John Waters, om uiteindelijk op de proppen te komen met 'Cry Baby', het asociale broertje van Grease.
Zijn status als mooie jonge god was verspeeld en Depp kon gaan laten zien waarom hij werkelijk was gaan acteren. In datzelfde jaar speelde hij in het ontroerend mooie 'Edward Scissorhands' van Tim Burton. Naast een prachtige vertolking hield Depp aan deze film een verloving met Winona Ryder en een tatoeage met de tekst “Winona Forever” over. Depp zou nog vaker de rol van outsider op zich nemen.
In 'What's Eating Gilbert Grape' speelde hij de oudere broer van een 'achterlijke' Leonardo DiCaprio, in 'Ed Wood' (eveneens van Tim Burton) speelde hij met zeer veel overtuiging de rol van slechtste regisseur aller tijden, in 'Dead Man' (Jim Jarmush) een stervende reïncarnatie van William Blake en in het verder teleurstellende 'Don Juan DeMarco' speelde hij een jongen die ervan overtuigd is Don Juan te zijn. Aan deze film hield hij wel een vriendschap met tegenspeler en levende legende Marlon Brando over.